|
| Het koken en de versuikering |
AHet meel wordt aangevoerd uit de molen en vervolgens gekookt om zo het zetmeel uit het graan vloeibaar te maken. Dit gebeurt doordat men per koperen kookvat 1000 l water en stoom toevoegt. Tijdens het kookproces wordt het mengsel voortdurend gekneed. In ieder kookvat zijn gietijzeren harken aangebracht. Zij worden aangedreven door houten katrollen en lederen riemen.
Het koken gebeurt in twee fasen. Eerst een kooktijd van 7 minuten en 30 seconden op 56° met stoom en koud water, later een kooktijd van anderhalve minuut op 70° met enkel stoom. Het omroeren moet continu gebeuren om een homogene massa te bekomen. Het product van deze bewerking heet mout of beslag.
Het beslag wordt dan in één van de acht lager gelegen gistkuipen gestort. Tijdens deze anderhalf uur durende rusttijd gaat het diastatisch element van de mout werken en wordt dus het zetmeel in suiker omgezet. Dit procédé noemt men versuikering. De temperatuur van het beslag na de handeling bedraagt 65°.
Het productieproces: schema met commentaar en afbeeldingen (Flash) |