De maalderij De maalderij is gelegen binnen de gebouwen van de meelfabriek. De granen worden er gesorteerd, verlucht en dan verbrijzeld om zo een meel te verkrijgen dat voor 80% uit rogge en voor 20% uit gerstemout bestaat.
Het koken en de versuikering In de kookzaal wordt het meel gekookt in twee koperen kookvaten om zo het zetmeel uit de granen vloeibaar te maken. Daarna wordt het zetmeel omgezet in suiker door toedoen van het gerstemout. Dit is absoluut noodzakelijk voor de productie van alcohol. 
Het afkoelen en de toevoeging van gist Vooraleer de suiker in alcohol verandert, moet het beslag worden afgekoeld en moet er gist worden toegevoegd. Dit gebeurt in het koeltoestel "monte et baisse" (stijgt en daalt) en in koperen vaten. 
De gisting Tijdens de gisting wordt de suiker omgezet in alcohol. Dit natuurlijk proces duurt minimum 48 uren. Na die tijd bekomt men een mengsel, "klein bier" genaamd, dat een alcoholpercentage van 5% vol bereikt. 
Het distilleren In de Paleiszaal, onder het waakzame oog van de heilige Maria Magdalena wordt de jenever in drie distillatiekolommen en in twee koperen distillatiekolven gedistilleerd. Hier wordt ook het parfum van de jeneverbes toegevoegd om zo het "eau de vie" te bekomen dat de stad Wambrechies al in 1817 beroemd maakte. 
Het proeven Men drinkt de jenever Claeyssens best koel en puur. Men kan hem echter ook drinken met "Crème de Cassis" als cocktail of met koffie zoals de mijnwerkers en de arbeiders uit de 19de eeuw hem dronken "en bistouille".  |